Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC7904

Datum uitspraak2008-05-27
Datum gepubliceerd2008-05-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers00380/07
Statusgepubliceerd


Indicatie

Ontvankelijkheid cassatieberoep. De schriftuur houdt het volgende in: "Requirant heeft zelf de middelen van cassatie opgesteld. Namens requirant verzoek ik u deze middelen als hier ingelast en ingelezen te beschouwen. De middelen met bijlagen worden als productie 1 ingevoegd." Omdat volgens art. 437.2 Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen, kan de HR deze schriftuur niet beschouwen als een schriftuur houdende middelen van cassatie (vgl. HR LJN ZD2857).


Conclusie anoniem

Nr. 00380/07 Mr Machielse Zitting 25 maart 2008 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte op 24 november 2006 ter zake "bedreiging met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarden is geschied" veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis. 2.1. Verdachte heeft cassatie ingesteld. Mr drs A. van der Toorn, advocaat te Roermond, heeft een schriftuur ingezonden houdende vijf middelen van cassatie. Op het voorblad met de vermelding "Cassatieschriftuur" merkt de advocaat op dat de middelen door verdachte zelf zijn opgesteld en verzoekt hij die als "hier ingelast en gelezen" te beschouwen. De advocaat heeft het opvolgende blad ondertekend waarna als "productie 1" de tekst met de door verdachte opgestelde middelen volgt. 2.2. Art. 437 lid 2 Sv houdt onder meer in dat de verdachte op straffe van niet-ontvankelijkheid verplicht is door zijn raadsman een schriftuur te doen indienen, houdende zijn middelen van cassatie. Omdat volgens art. 437 lid 2 Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen, kan het hier ingediende geschrift niet worden beschouwd als een schriftuur houdende middelen van cassatie als bedoeld in dat artikellid.(1) De verdachte kan dus niet in het cassatieberoep worden ontvangen. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 HR 19 juni 2001, NJ 2002, 7, HR 18 juni 2002, LJN AE2646 en HR 10 september 2002, nr. 01779/01; vgl. ook: HR 24 juni 2003, nr. 02430/02, HR 7 maart 2006, LJN AU8264 en HR 17 april 2007, LJN AZ8824. Zie verder onderdeel 2 van de conclusie van mijn ambtgenoot Vellinga van 11 september 2007 in de zaak met nummer 02456/06.


Uitspraak

27 mei 2008 Strafkamer nr. 00380/07 IC/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 november 2006, nummer 22/003034-06, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. 1. Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A. van der Toorn, advocaat te Roermond, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. 1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. 2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De schriftuur houdt het volgende in: "Requirant heeft zelf de middelen van cassatie opgesteld. Namens requirant verzoek ik u deze middelen als hier ingelast en ingelezen te beschouwen. De middelen met bijlagen worden als productie 1 ingevoegd." Omdat volgens art. 437, tweede lid, Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen, kan de Hoge Raad deze schriftuur niet beschouwen als een schriftuur houdende middelen van cassatie (vgl. HR 19 juni 2001, LJN ZD2857, NJ 2002, 7). Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen. 3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 27 mei 2008.